Anders-voorzitter Frédéric De Gucht ontkent dat er boekhoudkundige trucs worden toegepast om de Brusselse begroting op orde te krijgen. Hij reageert daarmee op uitlatingen van werkgeversorganisatie Voka. "Wie beweert dat hier met cijfers wordt gegoocheld, toont vooral weinig kennis van begrotingsregels," zegt De Gucht.
Voka Brussels Metropolitan stelde zich maandag al vragen bij de strategische participaties die de nieuwe Brusselse regering wil nemen, onder andere in watermaatschappij Vivaqua. Volgens directeur René Konings gaat het om een trucje om de participaties boekhoudkundig buiten de normale begroting te houden. Vivaqua kampt zoals bekend met zware financiële problemen.
De Vlaamse liberalen ontkennen dat de regering het begrotingstekort op die manier zou willen verdoezelen. Het budget op orde krijgen was voor De Gucht een belangrijke rode lijn bij het sluiten van het regeerakkoord. Hij noemt het "bijzonder lichtzinnig" dat Voka suggereert dat met cijfers wordt gegoocheld. "Dit soort framing helpt Brussel niet vooruit. Ernst en kennis van zaken wel. Wie investeringen verwart met uitgaven, mist de essentie", luidt het.
Hervormingslogica
"Net zoals Vlaanderen dat doet voor projecten zoals Oosterweel of via participaties in PMV, volgt ook Brussel de ESR-regels zoals die op Europees niveau zijn vastgelegd", voert De Gucht aan. "Kapitaalparticipaties worden volgens die regels anders behandeld dan klassieke werkingsuitgaven. Dat is technisch, maar volledig correct."
De partijvoorzitter wijst erop dat kapitaalverhogingen in de Brusselse huisvestingsmaatschappij BGHM en waterintercommunale Vivaqua neerkomen op investeringen in strategische instellingen. "Ze versterken het eigen vermogen, zorgen voor financiële stabiliteit en geven het Gewest meer directe controle." Bovendien passen die participaties volgens De Gucht in een bredere hervormingslogica: cruciale instellingen komen onder gewestelijke aansturing en worden weggehaald uit versnipperde lokale invloedssferen. "Dat leidt tot meer coherentie, minder inefficiëntie en betere uitgavencontrole."
Het nieuwe regeerakkoord legt een meerjarig budgettair kader vast. In 2026 daalt het tekort tot onder 1 miljard euro, in 2027 tot 650 miljoen euro, in 2028 tot 350 miljoen euro en in 2029 bereikt Brussel structureel evenwicht. Tegelijkertijd mag de schuld maximaal met 3 miljard euro stijgen, waarvan 2 miljard ESR-impact en 1 miljard strategische participaties.